Verplichtingen en rapportage
Verplichtingen en rapportage: welke routes uw bedrijf heeft
Op peildatum 1 oktober 2024 had 55% (Bron: CE Delft | VEMW) van de informatieplichtigen geen rapportage ingediend. Van wie wél rapporteerde had 65% (Bron: CE Delft | VEMW) minstens één verplichte maatregel niet uitgevoerd. Per 1 oktober 2025 staan 56.715 locatierapportages (Bron: RVO) geregistreerd bij RVO.
De vraag is zelden of u iets moet, maar welke verplichting op welke locatie geldt en welke deadline daarbij hoort. Met een geordend dossier voldoet u tijdig zonder de bedrijfsvoering te verstoren.
De routes
Vijf verplichtingen, vijf verschillende dossiers.
Per verplichting staat welke drempel hem laat gelden, voor welk type locatie hij bedoeld is en voor welk type niet. Lees ze niet als keuzemenu: ze sluiten elkaar niet uit en veel ondernemingen vallen onder twee of drie tegelijk.

Informatieplicht energiebesparing
Geldt voor locaties met een jaarlijks verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent. U rapporteert de getroffen maatregelen en voert alle maatregelen uit met een terugverdientijd tot 5 jaar. Tot 1 oktober 2025 zijn 56.715 locatierapportages (Bron: RVO) ingediend via RVO.
- Past bij: locaties met standaard gebouwgebonden en facilitaire voorzieningen.
- Past niet bij: locaties die onder de procesgerichte onderzoeksplicht vallen of uitsluitend onder het ETS.

Onderzoeksplicht energiebesparing
Geldt vanaf 10.000.000 kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgasequivalent, en alleen bij de milieubelastende activiteiten uit Bal 3.3 tot en met 3.11. U onderzoekt en rapporteert procesgerichte maatregelen met een terugverdientijd tot 5 jaar. Tot 1 oktober 2025 zijn 2.865 onderzoeksplichtrapportages (Bron: RVO) ingediend.
- Past bij: energie-intensieve industriële locaties met omvangrijke procesinstallaties.
- Past niet bij: locaties met enkel gebouwgebonden verbruik en geen industriële procesactiviteiten.

EED-auditplicht
Onder de herziene EED bepaalt uitsluitend het energiegebruik of u auditplichtig bent: omzet en personeelsomvang tellen niet meer mee. De plicht geldt bij een gemiddeld jaarlijks gebruik over de laatste drie jaar tussen 10 en 85 TJ, alle energiedragers en alle vestigingen van het concern bij elkaar opgeteld. U levert een auditrapport per vestiging met een concernsamenvatting, plus een actieplan waarvan het uitvoeringspercentage jaarlijks in het bestuursverslag komt.
- Past bij: ondernemingen tussen 10 en 85 TJ, gerekend over het hele concern inclusief verbonden ondernemingen.
- Past niet bij: ondernemingen met een gecertificeerd energiebeheersysteem, een erkend keurmerk of een EPC: die tonen dat aan in plaats van een audit.

Energiebeheersysteemplicht
Boven 85 TJ gemiddeld jaarlijks gebruik verschuift de plicht van een periodieke audit naar een permanent systeem: u voert een gecertificeerd energiebeheersysteem in, bijvoorbeeld volgens ISO 50001, en dient het bewijs in samen met een lijst kosteneffectieve maatregelen. Een energieprestatiecontract of een milieubeheersysteem met energie-audit kan die plicht invullen.
- Past bij: ondernemingen boven 85 TJ die toch al op continue sturing en borging aangewezen zijn.
- Past niet bij: ondernemingen onder die drempel: voor hen blijft de vierjaarlijkse auditcyclus gelden.

CSRD-rapportage
De CSRD vraagt verantwoording over de impact op mens en milieu, inclusief Scope 1-, 2- en 3-emissies volgens de ESRS-normen. De reikwijdte en de invoeringsdata zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk bijgesteld, dus de eerste vraag is niet hoe u rapporteert maar of en wanneer u in scope valt. In de praktijk komt de uitvraag vaak eerder binnen via afnemers en financiers dan via de wet.
- Past bij: grote ondernemingen in scope, en toeleveranciers die ketenuitvraag krijgen.
- Past niet bij: kleine lokaal opererende bedrijven zonder uitvraag vanuit de keten of financier.
Twee stelsels, twee eenheden, en ze stapelen
De informatieplicht en de onderzoeksplicht rekenen per locatie in kWh en m³. De EED rekent per onderneming in terajoule, over het hele concern en gemiddeld over drie jaar. Ter oriëntatie: 10 TJ komt neer op ongeveer 2,8 miljoen kWh en 85 TJ op ongeveer 23,6 miljoen kWh, alle energiedragers bij elkaar opgeteld. De onderzoeksplichtdrempel van 10 miljoen kWh per locatie ligt daar tussenin, dus een industriële locatie die onderzoeksplichtig is, valt vrijwel altijd ook onder een van de twee EED-regimes.
Let op het overgangsmoment. De herziene EED-richtlijn trad op 11 oktober 2023 in werking, maar de Nederlandse wetgeving wordt pas eind 2026 verwacht. Tot die tijd geldt het huidige regime, waarin bedrijfsomvang nog wel meetelt. Wie nu al auditplichtig is, blijft rapporteren binnen vier jaar na de vorige audit; wie het pas onder de nieuwe drempels wordt, krijgt vanaf de ingangsdatum een jaar de tijd. Voor de energiebeheersysteemplicht loopt de termijn om het bewijs te overleggen tot 11 oktober 2027. Alles rond de herziene plicht staat onder voorbehoud van de definitieve regelgeving.
Beslisregels
Welke verplichting op welke locatie geldt.
De eerste twee drempels gelden per locatie, de EED-drempels per onderneming. Een concern kan dus op de ene vestiging informatieplichtig zijn, op de andere onderzoeksplichtig, en als geheel onder de EED vallen.
- Verbruikt uw locatie op jaarbasis meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgasequivalent, dan valt die locatie onder de informatieplicht energiebesparing.
- Verbruikt uw locatie meer dan 10.000.000 kWh of 170.000 m³ én voert u een milieubelastende activiteit uit Bal 3.3 tot en met 3.11 uit, dan bent u op die locatie onderzoeksplichtig.
- Ligt het gemiddelde jaarlijkse energiegebruik van uw onderneming over de laatste drie jaar tussen 10 en 85 TJ, concernbreed en over alle energiedragers, dan geldt onder de herziene EED de auditplicht.
- Ligt dat gemiddelde boven 85 TJ, dan geldt in plaats daarvan de plicht om een gecertificeerd energiebeheersysteem in te voeren. Voert u publieke taken uit naast economische activiteiten, dan telt alleen het gebruik van de economische activiteiten mee.
- Heeft uw kantoorgebouw een gebruiksoppervlakte vanaf 100 m² (Bron: RVO), dan geldt minimaal energielabel C, met een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh/m² (Bron: RVO) per jaar. Let op de uitzonderingen: monumenten en panden met minder dan de helft kantoorfunctie vallen erbuiten.

Uw situatie
Eén pand, een industriële locatie of een portefeuille.

Eén pand of mkb-locatie
Situatie: een zelfstandige locatie met standaard gebouwgebonden installaties.
Verplichting: informatieplicht energiebesparing, en bij kantoren de labelverplichting.
Aanpak: inventarisatie via de Erkende Maatregelenlijsten en uitvoering van maatregelen met een terugverdientijd tot 5 jaar.

Grote industriële locatie
Situatie: een complexe productielocatie met hoog energie- en procesverbruik.
Verplichting: procesgerichte onderzoeksplicht en de EED-auditcyclus, vaak naast elkaar.
Aanpak: verdiepend procesonderzoek naar warmteterugwinning, elektrificatie en Doelmatig Beheer en Onderhoud.

Geconsolideerde portefeuille
Situatie: meerdere vestigingen, dochterondernemingen of een vastgoedportefeuille.
Verplichting: EED op concernniveau, ketenrapportage en de WPM-verplichting voor werkgevers.
Aanpak: centrale datacollectie over alle vestigingen, en een gecertificeerd energiebeheersysteem dat boven 85 TJ verplicht is en daaronder de auditplicht kan invullen.
Wat uitstel kost
Wachten verplaatst het werk, het verkleint het niet.
Rapportages uitstellen brengt drie soorten risico mee. Geen ervan is theoretisch: alle drie komen uit de handhavings- en inkooppraktijk van de afgelopen twee jaar.
- Bestuurlijke handhaving: bij een ontbrekende of te late rapportage legt de omgevingsdienst een last onder dwangsom op. Op peildatum 1 oktober 2024 had 55% (Bron: CE Delft | VEMW) van de informatieplichtigen en 45% (Bron: CE Delft | VEMW) van de onderzoeksplichtigen nog niets ingediend, wat de handhavingstrajecten aanscherpte.
- Vastgoed dat niet verhuurbaar is: kantoorpanden zonder energielabel C krijgen eerst handhaving en in het uiterste geval een gebruiksverbod. In de praktijk knelt het eerder bij verkoop, financiering en huurderseisen dan bij de toezichthouder.
- Termijnen die al lopen: voor de energiebeheersysteemplicht loopt de termijn om het bewijs te overleggen tot 11 oktober 2027, en wie nu al auditplichtig is moet binnen vier jaar na de vorige audit opnieuw rapporteren. Die klok loopt door terwijl de Nederlandse wetgeving nog wordt afgerond.
- Uitsluiting bij aanbestedingen: grote opdrachtgevers sluiten leveranciers uit die geen transparante CO2- en energiedata kunnen aanleveren. Die uitvraag komt doorgaans eerder dan de wettelijke deadline.
Wat niet werkt
Wat bij toezicht en audit sneuvelt.
Drie aanpakken komen het vaakst langs en houden geen stand bij omgevingsdiensten of auditors.
Papieren quick-fix
Een rapportage invullen zonder inventarisatie ter plaatse wordt afgekeurd. Bij 65% (Bron: CE Delft | VEMW) van de ingediende locaties bleek op peildatum 1 oktober 2024 dat verplichte maatregelen in werkelijkheid niet waren uitgevoerd.
Administratieve compensatie
Externe certificaten inkopen vervangt de plicht tot fysieke besparing op de eigen locatie niet. De maatregel moet op uw locatie getroffen zijn, niet elders afgekocht.
Installeren zonder borging
Apparatuur plaatsen zonder Doelmatig Beheer en Onderhoud leidt tot afkeuring bij de vervolgcontrole. Een maatregel telt pas als hij aantoonbaar blijft werken.
Wat wél standhoudt, en wat het niet oplost
Een aantoonbare meetketen, een actuele terugverdientijdberekening tot 5 jaar en een goedgekeurd uitvoeringsplan. Dat dossier doorstaat toezicht en ketenuitvraag. Wat het niet doet, is uw energierekening verlagen: naleving en besparing overlappen deels, maar een maatregel die de toets doorstaat is niet automatisch de maatregel met de beste business case. Die twee vragen horen apart beantwoord te worden.
Onze werkwijze
Waarom een onafhankelijk adviseur.
Power Consultancy Group verkoopt geen hardware, zonnepanelen, warmtepompen of software. Daardoor valt de beoordeling van welke verplichting geldt en welke maatregel daarbij hoort niet samen met een verkoopbelang. Het traject bestaat uit vier stappen.
Verplichtingen-inventarisatie
Datacontrole en locatie-audits
Rapportage en indiening
Borging en DBO
Scenario's
Wat deze routes elders opleverden.
Vier scenario’s, opgebouwd uit gepubliceerde sector- en marktcijfers van de genoemde bronnen. Het zijn geen gemeten uitkomsten van eigen PCG-opdrachten en geen belofte voor uw locatie: ze laten zien welke orde van grootte in de bronnen terugkomt. Zodra een eigen dossier met eigen meting beschikbaar is, staat dat er als zodanig bij.

Informatieplicht landelijk
Probleem: een groot deel van de doelgroep liep achter op de rapportageplicht.
Ingreep: landelijke uitvoering van de informatieplicht, peildatum 1 oktober 2025.
Resultaat: over de rapportageperiode 2021 tot en met 2023 leverden de getroffen maatregelen 34,7 PJ besparing (Bron: RVO) per jaar op, bij een totale investering van € 2,6 miljard (Bron: RVO).

Glastuinbouw en batterijopslag
Probleem: transportbeperkingen en piektarieven bij agrarische ondernemingen.
Ingreep: een batterijsysteem van minimaal 1 MWh met sturing achter de meter.
Resultaat: de netboetes daalden met 92% (Bron: Glastuinbouw Nederland | Kas als Energiebron).

Industriële koeling
Probleem: hoge en ongestuurde piekvraag op koellocaties onder de onderzoeksplicht.
Ingreep: natuurlijke koeling en thermische buffering.
Resultaat: 42% (Bron: Topsector Energie | Energy Innovation) lagere piekvraag en 35 kWh/m² (Bron: Topsector Energie | Energy Innovation) per jaar minder elektriciteitsverbruik.

Netflexibiliteit en tarieven
Probleem: hoge gelijktijdige belasting van het hoogspanningsnet op piekmomenten.
Ingreep: invoering van tijdsafhankelijke nettarieven voor grootverbruikers.
Resultaat: de gemiddelde maandelijkse piekbelasting op piekmomenten daalde met 7,1% (Bron: Ministerie KGG | Eerste Kamer).

Waarom dit speelt
Van vrijwillig convenant naar handhaafbare plicht.
De versnelling in duurzaamheidswetgeving komt voort uit de Europese Green Deal en het Fit for 55-pakket. Waar energiebesparing eerder een vrijwillige keuze was met vrijblijvende convenanten, is de omgevingswetgeving aangescherpt. De Omgevingswet verankert sinds 1 januari 2024 (Bron: NVDE | Van Doorne) de energiebesparingsplicht en de onderzoeksplicht in het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Daarbovenop vragen de herziene EED en de Europese duurzaamheidsrapportage verantwoording over energie-efficiëntie en emissies in de hele keten. Het gevolg is niet alleen meer regels, maar een ander type verplichting: van een eenmalige melding naar een dossier dat elk controlemoment opnieuw moet kloppen.
Per sector
De verplichting is generiek, het dossier niet.
- Glastuinbouw: een eigen Erkende Maatregelenlijst naast het CO2-sectorsysteem en de WKK-positie.
- Koel- en vrieshuizen: de F-gassenverordening met koudemiddelverboden loopt hier samen met de koelprofielen uit de audit.
- Brouwerijen en dranken: procesonderzoek naar stoom, koken en koeling valt onder de audit en de onderzoeksplicht tegelijk.
- Transport en logistiek: de WPM-rapportage voor werkgevers komt bovenop de zero-emissiezones in de stadslogistiek.
- Metaalbewerking en verspaning: piekreductie op machinaal vermogen en de maatregelen uit de Erkende Maatregelenlijst lopen hier door elkaar.
Veelgestelde vragen
Wat bedrijven ons het vaakst vragen.
Dat hangt af van het verbruik per locatie, de bedrijfsomvang en de vastgoedoppervlakte. Locaties boven 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ gas hebben een informatieplicht. Locaties boven 10.000.000 kWh in een Bal-activiteit vallen onder de onderzoeksplicht. Voor de EED telt het energiegebruik van de hele onderneming: tussen 10 en 85 TJ geldt de auditplicht, daarboven de plicht tot een energiebeheersysteem. Nuance: deze verplichtingen sluiten elkaar niet uit, dus de uitkomst is vaak een combinatie.
Richt eerst een centrale energiedatabase in en leg de organisatorische grenzen vast. Voor de audit brengt u alle energiestromen van gebouwen en processen in kaart. Voor de ketenrapportage voert u een materialiteitsanalyse uit over de emissies in scope 1, 2 en 3. Onder de herziene EED hoort bij de audit ook een actieplan met per maatregel de verwachte besparing, het beoogde uitvoeringsjaar en de belemmeringen, waarvan het uitvoeringspercentage jaarlijks in het bestuursverslag komt. Nuance: de meetketen onder beide is dezelfde, dus tegelijk optrekken scheelt het meeste werk.
Niet tijdig indienen leidt tot bestuursrechtelijke handhaving door de omgevingsdienst in de vorm van een last onder dwangsom, die oploopt zolang de rapportage ontbreekt. Daarnaast volgt verscherpt toezicht bij vervolgcontroles. Op peildatum 1 oktober 2024 had 55% (Bron: CE Delft | VEMW) van de informatieplichtigen niet voldaan. Nuance: de hoogte van een dwangsom stelt het bevoegd gezag per geval vast.
Met een geborgde meetketen: geverifieerde verbruiksdata uit nota’s en meters, omgezet naar emissies en energie-intensiteiten volgens een vastgelegd protocol. Dat voorkomt correcties achteraf en levert een dossier dat een controle doorstaat. Nuance: een sluitend dossier zegt iets over naleving, niet over de vraag welke maatregel het meest oplevert.
Contact
Laat vaststellen welke verplichting geldt.
Twaalf maanden verbruiksdata, uw locatielijst en uw bedrijfsomvang zijn genoeg om te bepalen onder welke regeling elke locatie valt en welke deadline daarbij hoort. De uitkomst is een dossierplan, geen offerte voor apparatuur.